Trying analog photography for the first time!

Iedereen die me een beetje kent weet dat ik hou van alles wat vintage is. Analoge fotografie wou ik al jaren uitproberen, maar het was er nog nooit van gekomen. Samen met mijn vriend kocht ik deze zomer een filmrolletje en ging op pad met een oude analoge camera van mijn vader. Het resultaat kan je in dit artikel zien!

Everyone who knows a little about me, knows that I love anything vintage. Analog photography is something I had been wanting to try out for a couple of years, but I’ve never gotten around to it. Together with my boyfriend I bought a roll of film and we went out to try out our new (old) cameras. You can see the results from our trip in this article!

Mijn vader heeft vroeger kunst gestudeerd, en daarvoor had hij een camera nodig. Hij heeft zijn camera netjes bijgehouden in een cameratas, en ik wou hem al langer eens uitproberen. Omdat ik niet genoeg wist over analoge fotografie liet ik de camera altijd maar netjes in de cameratas zitten, maar enkele maanden geleden besliste ik toch om eens wat uit te proberen. Mijn vriend had op een rommelmarkt ook een analoge camera gevonden en samen gingen we op pad. Het is altijd een verrassing of een oude camera nog werkt. De lichtmeter zou stuk kunnen zijn of er zou te veel stof in de camera kunnen zitten. Gisteren ging ik mijn ontwikkelde foto’s ophalen en ze waren gewoon gelukt!

De camera waarmee ik alle foto’s heb genomen is een Chinon CM-4s, een camera uit begin jaren 80. De camera is vrij licht en niet heel groot, heel handig om mee te nemen! Het grootste raadsel bij deze camera was of de lichtmeter nog correct werkte. De Chinon is voorzien van een lampje dat groen oplicht bij de juiste instellingen en rood bij over- of onderbelicht. Als je wat van fotografie kent weet je dat je belichting moet aanpassen met de sluitertijd en het diafragma. Bij moderne camera’s gaat dit allemaal automatisch, maar bij analoge fotografie moet je dit zelf correct instellen. Het is een beetje wennen en niet zo makkelijk, maar na een tijdje begin je het wel te snappen.

My father studied art when he was younger, and for that he needed a camera. He always stored his camera nicely in a bag, and I had had my eye on it for quite a while. Because I didn’t know enough about analog photography yet I left the camera in the bag, but a couple of months ago I decided I really wanted to try it out after all. My boyfriend had also found an analog camera (on a flea market) and together we went on a little stroll. It’s always a surprise to find out whether an old camera still works. The light meter could be broken or there could be too much dust inside the camera. Yesterday I picked up my developed pictures and they actually turned out really nice!

The camera I took pictures with is a Chinon CM-4s, a camera from the beginning of the 80s. The camera is quite light and compact, so it’s perfect to take with you. The biggest question with this camera was whether the light meter still worked. The Chinon comes with a light next to the viewfinder that lights up green when you have chosen the right settings and red when it’s over- or underexposed. If you know a little bit about photography you know that you can adapt the lighting by playing around with the shutter speed and the diaphragm. This all goes automatically with new and modern cameras, but you need to do all of this manually with older cameras. It takes a bit of getting used to, but you’ll get the hang of it after a while.

Ik heb mijn camera gedurende een paar maanden meegenomen op uitstapjes. Zo gingen we bijvoorbeeld naar Antwerpen om foto’s te nemen of maakten we een wandeling. Je moet ook goed in je achterhoofd houden dat je met een standaard filmrolletje maar 24 foto’s kan trekken (met een groter rolletje 36) en dat zijn absoluut niet veel foto’s. Als je een analoge camera bij je hebt merk je al snel dat je over elke foto beter gaat nadenken en niet meer zomaar van alles een foto neemt.

Wat het hele fotograferen nog spannender maakt is dat je pas weet hoe je foto’s eruit zien nadat je het filmrolletje hebt laten ontwikkelen. Je trekt dus met andere woorden alle 24 foto’s, je haalt het rolletje uit je camera, stuurt het op naar een fotoservice, je wacht een tweetal weken, en dan kan je pas het resultaat zien. Helemaal anders dan de foto’s van vandaag die bijna meteen op social media staan, maar ik vind het stiekem veel leuker 😉

I took my camera with me on outings for a couple of months. We went to Antwerp to take pictures and we went on a walk. With analog photography you really have to keep in mind that a standard roll of film only comes with 24 pictures (a bigger one with 36) and that aren’t a lot of pictures at all. You have to really think about the pictures you take and you’ll find that you don’t just take pictures of everything you see.

What makes analog photography even more exciting is the fact that you only knwo what your pictures look like after you’ve had it developed. YOu take the 24 pictures, you take the film out of your camera, you send it to some kind of photo service, you wait about two weeks, and then you can see the results. It’s completely different form today’s photography with pictures that are posted on social media almost instantly, but I kind of like this better 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *